Hoe wordt de Turbogrün-watermanager aangebracht (bestaande grasvelden)?
Bestaande grasvelden kunnen – afhankelijk van de eerder uitgevoerde mechanische bewerking – regelmatig 1 tot 3 keer per jaar worden behandeld met de Turbogrün Wassermanager. Na het uitstrooien dringt het granulaat langzaam door tot in diepere bodemlagen, waar het de water- en luchtbalans duurzaam verbetert. In de bovenste bodemlagen zorgt de Wassermanager bovendien voor een betrouwbare bodemventilatie.
Er zijn twee beproefde toepassingswijzen:
Toepassing na het luchten of verticuteren
Na het beluchten of verticuteren wordt de Turbogrün Watermanager gelijkmatig verspreid met een strooier, bijvoorbeeld de Turbostrooier of een strooiwagen.
Dosering: 100 g/m²
Verdeel het granulaat gelijkmatig over het oppervlak
Optioneel kan het gazon bovendien worden bestrooid met kwartszand
Deze methode is bijzonder geschikt voor regelmatig onderhoud en verbetert de wateropname in de bovenste bodemlagen.
Toepassing na het beluchten
Na het beluchten is het effect van de Turbogrün Watermanager het meest efficiënt.
Beluchten met een hand- of motorapparaat
Bewerkingsdiepte: ca. 7–10 cm
Vervolgens Turbogrün Wassermanager aanbrengen
Dosering: 100 g/m²
Tegelijkertijd kwartszand (korrelgrootte 0,2–2 mm) inwerken
Voor een gelijkmatige verdeling raden wij aan om het granulaat vervolgens met een Grasrakel of de Grasborstel een Spindelmähers (bijv. Allett) in te werken. Zo komt het product rechtstreeks in de wortelzone terecht en kan het daar zijn volledige werking ontplooien.