Back

Wat is sneeuwschimmel en wat kan ik eraan doen?

Sneeuwschimmel (lat. Microdochium nivale) is – in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden – niet per se gebonden aan vorst of sneeuw. De paddenstoel gedijt vooral goed bij een hoge luchtvochtigheid (bijv. dauw of mist) en wisselende temperaturen tussen 0 en 8 °C.

Als er sneeuw op niet-bevroren grond ligt, wordt de vorming van sneeuwschimmel nog meer bevorderd.


Factoren die de vorming van sneeuwschimmel bevorderen

Er zijn verschillende factoren die het ontstaan van sneeuwschimmel kunnen bevorderen:

  • hoge luchtvochtigheid (dauw, mist)

  • afwisselend lage en milde temperaturen

  • Sneeuw op niet-bevroren grond

  • intensieve mechanische bewerking van het gazon in de herfst

  • hoge stikstofbemesting in de late herfst

  • Kaliumtekort

  • verdichte grond

  • hoge pH-waarde


Typisch schadebeeld

In het begin verschijnen er meestal kleine, ongeveer 5 cm grote, waterige grijze vlekken, die ook wel ‘natte rot’ worden genoemd.

Deze vlekken kunnen:

  • vergroten tot maximaal 25 cm

  • met elkaar verbinden

  • van binnen naar buiten groeien

Aan de rand van het aangetaste gebied is vaak een actieve zone te zien met een bruine tot oranje kleur. De grassen herstellen zich vaak weer vanuit het midden van de vlekken.

Bij een hoge luchtvochtigheid vormt zich een witgrijs tot roze, watachtig schimmelmycelium op de bladeren.


Wat helpt tegen sneeuwschimmel?

De belangrijkste maatregel is om vocht zoveel mogelijk te vermijden en het gazon goed voor te bereiden op de winter:

  • in de herfst bemesten met stikstofarme meststoffen

  • in de late herfst een bemesting met extra kalium uitvoeren

  • Verwijder regelmatig bladeren, takken, snoeiafval en organisch afval

  • Vochtophoping voorkomen en bodemverdichting tegengaan

  • Behandel het gazon in de herfst niet onnodig intensief mechanisch


Overzicht van preventieve maatregelen

De volgende maatregelen helpen om sneeuwschimmel effectief te voorkomen:

  • weinig stikstof in de herfst

  • Kaliummeststof in de late herfst

  • Gazonvilt verminderen (bijv. met Turbogrün gazonbeluchter

  • lichte topdressing ( (De besanding)

  • Bladeren, takken en snoeiafval consequent verwijderen

  • geen kalktoevoeging in de herfst

  • Verticuteren in het voorjaar

  • langere droogperiodes tussen de besproeiingen

  • het gazon over het algemeen zo droog mogelijk houden