Hoe en wanneer moet ik het onkruidverdelgingsmiddel gebruiken?
De beste omstandigheden voor een effectieve toepassing zijn droog, warm en zo windstil mogelijk weer bij een temperatuur van ongeveer 15–20 °C.
Het mag niet erg zonnig of extreem heet zijn. Het is bovendien belangrijk dat er enkele uren na het aanbrengen geen regen valt, omdat de werking anders aanzienlijk wordt verminderd.
Wijze van gebruik
Het onkruidbestrijdingsmiddel kan op verschillende manieren worden toegepast:
Spuit of sproeier (aanbevolen)
Gieter (minder effectief)
Spuiten levert het beste resultaat op, omdat de werkzame stof gericht via het bladoppervlak wordt opgenomen. Gieten is mogelijk, maar aanzienlijk minder effectief.
Mengverhouding
Toepassing via spuit:
10 ml onkruidverdelger (1 doseerkamer) op 1 liter water voor 10 m²
Giettoepassing:
10 ml onkruidverdelger (1 doseerkamer) op 10 liter water voor 10 m²
Belangrijke opmerkingen
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en volg deze nauwkeurig op
Restanten van de spuitvloeistof sterk verdund uitbrengen op een begroeid stuk grond
Maai het gazon enkele dagen voor en na de behandeling niet, zodat het onkruid voldoende bladmassa heeft
Geduld na het gebruik
Na het zaaien is geduld geboden.
Het kan tot 14 dagen duren voordat het onkruid volledig is afgestorven. Bij bijzonder hardnekkig onkruid kan een tweede of zelfs derde behandeling nodig zijn.